Interview Theo van der Bom

Naar aanleiding van de zestigste verjaardag van Ergotherapie Nederland interviewde men  Theo van der Bom, directeur-bestuurder bij die Nederlandse beroepsvereniging ergotherapie. Hij blikt terug en kijkt vooruit op de ontwikkeling van ergotherapie in Nederland.

Ook hij ziet de ergotherapeut als de zorgverlener van de toekomst, net zoals Dr Jan De Maeseneer in Vlaanderen, die dit reeds in zijn voorwoord van de grondslagen ergotherapie (2017) benoemde: “Ergotherapie: meer dan ooit aan zet”.

van der Bom vat de toekomst van de ergotherapie samen als volgt:” …het verenigen van zorg en welzijn, het werken in een brede context, het betrekken van het gehele systeem van een cliënt enzovoorts, verenigd in één persoon, dat blijft altijd nodig.” (van der Bom, 2017, p.33).

Daeleman, A. (2017).  Interview Theo van der Bom, directeur-bestuurder Ergotherapie Nederland. Ergotherapie Magazine 6, 30-33.

 

Advertenties

Leren door observatie of leren door doen?

In een recente studie gepubliceerd in het vakblad “Developmental Science”, bestudeerden Franceska Foti en collega’s de manier waarop mensen met een intellectuele beperking nieuwe vaardigheden leren: “Learning by observation and learning by doing in Down and Williams syndromes”.

Drie groepen (mensen met Down syndroom, mensen met Williams syndroom en normaal ontwikkelende kinderen) werden onderworpen aan computertaken waarbij leren door observatie of leren door te doen werden geïnitieerd.

De resultaten toonden dat mensen met Down syndroom minder goede resultaten behaalden op de taak waarbij ze moesten leren door observatie, maar even goede resultaten behaalden dan normaal ontwikkelende kinderen op de taak waarbij ze moesten leren door te doen (de experientiële manier).

Mensen met het Williams syndroom daarentegen behaalden betere resultaten op de taken waarbij ze leerden uit observatie, maar scoorden slechter op de taak waarbij ze moesten leren uit doen.

De auteurs spreken van een symptoom-specifieke hypothese waarbij sommige cognitieve functies meer of minder beperkt zijn afhankelijk van het genetisch profiel, de hersenmorfologie en de functionaliteit.  De praktijk  zou hierop meer afgestemd moeten worden,  of toch zeker hiermee rekening houden, zo besluiten de auteurs.

Het zijn vooralsnog eerder beperkte groepen die bestudeerd werden (n=24), maar deze studie bevestigd wel het bestaan van (cognitieve) patronen specifiek voor syndromen.  En inderdaad, clinici dienen hier rekening mee te houden.  Maar een goede kennis van de sterktes en zwaktes van de persoon met een beperking door een grondig en objectief assessment moet altijd als basis dienen voor het opstellen van het therapieplan.

Assistive technology

In deze TED talk legt ergotherapeute Holly Cohen uit hoe technologische hulpmiddelen kinderen en jongeren kunnen helpen om te participeren aan spel en vrije tijd.  De ergotherapeut is hierbij de creatieve en innovatieve hulpverlener die samen met de cliënt op zoek gaat naar hulpmiddelen en aanpassingen om deze participatie mogelijk te maken.

MODEM, het expertnetwerk ondersteunende technologie, neemt deze functie op in Vlaanderen, zij willen innovatieve assistieve technologie inzetten dat maximale participatie beoogt voor iedereen met een beperking.

Deze TED talk was trouwens onderdeel van de website van de American Occupational Therapy Association (AOTA), die in 2017 het 100-jarig bestaan van de ergotherapie in de Verenigde Staten vierde.  Een massa interessante, historische filmpjes, verhalen en portretten van onze ‘founding fathers and mothers’ andere informatie is er gratis te bekijken.

 

mhGAP Intervention Guide

De Wereld Gezondheid Organisatie heeft een app gelanceerd rond geestelijke gezondheidsproblemen voor hulpverleners wiens expertise niet onmiddellijk in de GGZ ligt.

De app omvat de beschrijving en behandeling van de belangrijkste psychiatrische en neurologisch problemen (depressie, psychose, epilepsie, middelenmisbruik, dementie, ggz-problemen bij kinderen en jongeren, zelfverwondend gedrag en suïcide).  Telkens volgt een beschrijving van de problematiek, assessment, behandeling, en aanbevelingen voor follow-up.

Daarnaast worden nog algemene principes rond de zorg voor GGZ besproken en is er een omvangrijk Evidence Resource Center met referenties per problematiek opgenomen.

Voorlopig enkel in het Engels, andere vertalingen zouden onderweg zijn.

Kortom, een erg ruime en betrouwbare bron van informatie rond enkele belangrijke GGZ en neurologische problematieken.